Interview Tim Zunneberg  juni 2015

Toekomstbeeld omroepen: van online first naar mobile first

 
Hij is het langst zittende Hoofd Nieuwe Media binnen de regionale omroepen; Tim Zunneberg (56) van Omroep Brabant. Vijftien jaar bekleedt hij die functie nu en daarom wordt hij -vaker dan hem lief is- gezien als 'internetgoeroe'. Per 1 juli is hij tijdelijk ook Hoofd Marketing & Communicatie bij de Brabantse omroep. Verder is hij voorzitter van de internetwerkgroep van ROOS, de club van internetmensen die vier keer per jaar samenkomt om de laatste ontwikkelingen en trends te bespreken.

Met Zunneberg heb ik het over de razendsnelle veranderingen op onlinegebied. Hebben we over vijf jaar eigenlijk nog wel een omroepsite? En kunnen de omroepen het online allemaal wel bijbenen? “We bedienen nu tien platforms per omroep, ik denk dat dat er over vijf jaar misschien wel twintig zullen zijn.”

Als het om productontwikkeling gaat, lopen er momenteel twee grote projecten in regionale omroepland. Als eerste de bouw en lancering van vijf zogeheten responsive websites. Dat zijn sites die zich automatisch aanpassen aan het scherm dat de consument gebruikt. Zodat de content goed leesbaar is als je met je tablet de site bezoekt, maar ook als je dat met je mobiele telefoon doet. Zunneberg: “Bij Omroep Gelderland zijn ze klaar, RTV Noord, RTV Drenthe, RTV Rijnmond en Omroep West zullen nog deze zomer volgen. Als dit project is afgerond, heeft twee derde van de omroepen zo’n schaalbare website. Hopelijk volgt de rest snel, want uit cijfers blijkt dat bijna 70 procent van de gebruikers via mobiel de site bezoekt en nog maar 30 procent via de pc of laptop. Bovendien is het meeste verkeer dat van Facebook naar de website gaat ook mobiel verkeer. Ik durf wel te stellen dat mobile first de norm wordt voor de omroepen in plaats van online first.”

Ook het ontwikkelen van apps wordt gezamenlijk gedaan. “Die apps worden steeds belangrijker, dus daar moeten we in blijven investeren. Dat doet de concurrentie ook. Sterker nog: die doen dat slimmer dan wij. Geen grote jaarlijkse bouwtrajecten, maar kleine maandelijkse updates op basis van de laatste marktontwikkelingen. Daar moeten wij in de toekomst ook naar toe.”

Hoe doen we het het online als omroepen? Daarover hield Zunneberg deze maand een presentatie voor de hoofdredacteuren. “Twee kanten van de medaille heb ik besproken. Om positief te beginnen: het gaat steeds beter. We slagen erin om sneller in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Dat was vier jaar geleden echt anders. Ook nemen we steeds meer jonge mensen aan. Dat is belangrijk, omdat zij het internet beter begrijpen dan wie ook. In het verleden hebben we heel vaak externe deskundigen ingehuurd, de komende jaren moeten we die kennis echt zelf gaan opbouwen.”

Ook het omarmen van sociale media gaat steeds beter. “We zitten sinds begin dit jaar bijna allemaal op Instagram en op veel plekken worden plannen gemaakt om ook via WhatsApp te gaan communiceren. Daarnaast wordt er druk geëxperimenteerd met nieuwe videotools als Meerkat en Periscope. Niet alleen door mensen van Nieuwe Media, maar ook door redacteuren en leidinggevenden. Daar word ik echt heel blij van!”  L1 zond recent de finish van de Nacht van Gulpen live uit met mobiele telefoons en 4G verbindingen.


Zunneberg denkt dat het aantal te bedienen platforms de komende jaren alleen maar zal toenemen. “Ik hou rekening met een verdubbeling. Dat betekent dat we meer maatwerk moeten gaan leveren. Een televisie-item van anderhalve minuut bekijkt niemand op Facebook of Instagram, een kort fragment wel. Daar moeten redacties zich op instellen. Hoe lastig de verslaggever die het item gemaakt heeft dat waarschijnlijk ook vindt.”


Komen we meteen bij de keerzijde van de medaille. “Er is nu gelukkig het begin van een toekomstvisie. Maar er gaapt nog een kloof tussen het beleid en de uitvoering. Niet iedereen beschikt over voldoende kennis en kunde om het beleid goed uit te voeren. Bovendien heerst er op redacties toch nog een bepaalde weerstand tegen online, vooral vanuit de RTV-hoek. Dat is ook wel te begrijpen en logisch wellicht, maar ik denk toch echt dat we er niet omheen kunnen om de oude werkwijzen los te laten en die nieuwe vormen te omarmen. Als we daarin slagen, dan zijn we over vijf of tien jaar nog steeds een factor van betekenis.”